Menu
Logo Ideo

Hoe besluit een organisatie om te innoveren? Hoe besluit een organisatie om een nieuw stuk technologie zoals bijvoorbeeld intelligente  IT-cloudoplossingen aan te schaffen? Om die vraag te kunnen beantwoorden, wil ik beginnen met de beantwoording van een andere vraag: “Wat heeft mij persoonlijk doen bewegen om iets innovatiefs aan te schaffen – mijn eerste mobieltje in dit geval?.” 

Deze persoonlijke casus “het wel of niet kopen van een mobieltje” is te vergelijken met de innovatie-beoordeling die organisaties moeten maken. Ik had voorheen geen beschikking over deze technologie – mobieltje –  dus waarom zou ik deze willen hebben. Is er een (verborgen) behoefte? Welke moeite moet ik er voor doen om zo’n mobieltje te bemachtigen? Is het gemakkelijk te gebruiken? Zijn er al meer mensen die het gebruiken? Wat is mijn persoonlijk risicoprofiel: innovator of achterblijver? Wat moet ik ervoor betalen? Dezelfde vragen houden organisaties bezig. In het kort, het model innovatietransformatie van toepassing op zowel persoon als organisatie. Dit is eerder beschreven in blog.

Ik wil twee momenten in de tijd evalueren: (1) jaar 1989 – het introductie jaar van de 1ste-generatie telefoons, en (2) jaar 1999, in dat decennium werd de 2e-generatie telefoons geïntroduceerd. Dit komt in feite neer op koopbeslissingsmomenten van de Motorola MicroTAC 9800X in 1989 en de Nokia 3310 in 1999.

Motorola MicroTAC 9800X

Toen de 1ste-generatie mobieltjes de markt betraden, besloot ik om deze NIET te kopen. Waarom? Mijn eerste vraag was: “Heb ik het nodig?” Als consultant was ik vaak onderweg of bij de klant waar ik niet altijd toegang had tot een vaste telefoon. In geval van privé-calamiteiten was het lastig mij te bereiken. Maar hoe vaak gebeurt dat? Een beter argument was het feit dat ik niet op regelmatige tijden werk. In je relatie helpt het dat je kunt aangeven wanneer je thuiskomt. Dus een aanschaf van een mobieltje heeft een aantal voordelen.

Hoe gemakkelijk is het apparaat te gebruiken? De 1ste-generatie telefoons werden gekenmerkt door lage batterijduur en zijn best zwaar. Bovendien had je zo’n lelijk heuptasje voor aan je riem nodig. Niettemin de bediening was vrij simpel: nummers intoetsen en praten.

Hoe gemakkelijk waren deze telefoons te verkrijgen? In de wat grotere steden bestonden wel wat winkels maar er was geen breed distributienetwerk. In mijn omgeving ontbrak een telefoonwinkel toentertijd.

Wat was mijn persoonlijk risicoprofiel? Ik overdenk altijd mijn eigen beslissingen en laat me niet zo snel beïnvloeden door anderen. In die dagen kwam het gebruik van mobieltjes zelden voor. Ja, er was altijd die “popiejopie” die op een verjaardag zijn mobieltje op tafel legde voor wat extra aandacht. Zelf, ben ik noch een achterblijver noch een “early-adaptor”.

Het laatste aspect draait om geld. De prijs was best heftig voor iemand met een normaal salaris:  € 2225. Daarnaast werd ook nog gefactureerd op basis van het aantal gespreksminuten. Dat deed voor mij de das om. Dus een negatief koopbesluit voor de Motorola MicroTAC 9800X. Deze evaluatie heb ik samengevat in het volgende model:

Nokia  3310

Jazeker, zoals zo velen, besloot ik over te gaan tot de koop van de Nokia 3310. Reden? Wat was er veranderd ten opzichte van de Motorola? Naast de bereikbaarheid ontstond een nieuwe toegevoegde waarde: de mogelijkheid om elkaar te SMS-en. Daardoor gingen de kosten naar beneden en kon je a-synchroom communiceren met andere mobiele gebruikers. Ook de batterijduur verbeterde. En de grootte en het gewicht maakt het device mogelijk in je spijkerbroek te stoppen. In bijna iedere stad en dorpje was ondertussen wel een winkel te vinden. Tenslotte meer en meer gebruikers kochten een mobieltje omdat de prijs ook attractiever was: € 210. Zelfs abonnementsvormen werden aangeboden. Kortom, meer waarde, verbeterde kwaliteit en betere prijzen: mijn, mijn, mijn!!!!

Een evaluatie van de koopbeslissing van de eerste echte smartphone, in tegenstelling tot de mobiele telefoon, laat ik aan jou over; de tijdsperiode waarin Steve Jobs deze introduceerde. Het mobieltje was niet langer een vervanger van de vaste lijnen, maar mini-computer met veel nieuwe mogelijkheden. In elk geval, deze eenvoudige exercitie gaf mij een methode om mijn koopbeslissing van een nieuwe innovatief stuk technologie te doorgronden. Hoe kunnen we dit toepassen op organisaties en bedrijven?

Opmerking: het betreft hier meer een uiteenzetting over incrementele innovatie dan radicale innovatie.